Skip to content

De man die niet schoot

28/05/2015

“Het verhaal wordt door iedereen een beetje anders verteld. Hangt ervan af van wie je het te horen krijgt. Het is de voorbije dagen en weken zo vaak opnieuw verteld, en daarna doorverteld, dat het onmogelijk is om nog te weten te komen hoe het echt gegaan is. Achteraf gezien komt het misschien daardoor. Dat het zo’n grote indruk heeft kunnen nalaten op ons allemaal.

Wat we wel zeker weten, is dat het allemaal begint op een verrassend warme lentedag, ergens begin april. De man wiens naam we niet kennen, loopt door de straten van Antwerpen. Hij geniet van het weertje, net zoals iedereen, zo lijkt het. Licht gekleed in een voorjaarshemd en een zakdoek nonchalant rond z’n nek geknoopt. Een lichtgroene pet op die alle maten past (met zo’n elastiek in), of een bruine Stetson – daarover lopen de meningen uiteen. Afhankelijk van welke versie je hoort.

De man wiens naam we op dat moment niet kennen (later zal die wel bekend worden, door de politieagent die hem overmeestert en zijn portefeuille met z’n identiteitskaart uit zijn achterzak vist) loopt met een ontspannen tred door de straten van Antwerpen. Ontspannen, maar doelbewust. Hij komt van de stationsbuurt en loopt via de Keyserlei naar de Meir. Hij draagt nadrukkelijk géén zonnebril, daarover zijn alle bronnen het eens, hoewel je dat misschien zou verwachten bij fijn voorjaarsweer als dit. Veel van de mensen die hem tegemoetkomen, doen dat wel. De meest enthousiaste onder hen dragen zelfs al shorts en nonchalante flipflops, hoewel je ’s avonds, wanneer de zon weg is, nog ademt in wolkjes.

Hij loopt ontspannen maar doelbewust over de Keyserlei. Zelfzeker. Hij ziet de mensen die hem voorbijlopen – de mannen in flipflops, de vrouwen met hun eerste korte rokje of meest fleurige sluier – en vindt het jammer. Jammer dat zij zijn kunnen ontkomen. Maar hij kan ze nu eenmaal niet allemaal meesleuren, straks. Focus is belangrijk, dat beseft hij maar al te goed. Verder, naar de Meir. Ontspannen, maar doelbewust.

Dat hij eerst nog even wijdbeens is blijven staan ter hoogte van de McDonald’s, met de handen in zijn zij, turend vanonder zijn lichtgroene pet die alle maten past of zijn bruine Stetson, dat vertelden alle getuigen achteraf. Daarover bestaat weinig discussie, welke versie van het verhaal je ook te horen krijgt. Een minuut of vijf, zo lang is hij daar blijven staan, terwijl de massa die genoot van de eerste zon langs hem heen spoelde. Behoorlijk lang.

Het gedruis van de nietsvermoedende mensen in de winkelstraat vult de lucht.

Een aangename voorjaarsbries speelt door het halflange, bruine haar dat onder zijn pet of Stetson uitkomt, door zijn lichte baard en over zijn verweerde voorhoofd.

Het is een mooie, verrassend warme lentedag, ergens begin april, wanneer hij zijn pistool bovenhaalt aan het begin van de Meir, net voorbij de McDonald’s. Het is een sober model, zo een als de politie gebruikt, zwart en makkelijk in de hand liggend. Geen opvallend pistool dus, maar het mist zijn effect niet. Hij richt het op het koppel dat hem tegemoet komt, een jong koppel dat enkele fracties van een seconde lang helemaal niets in de gaten heeft.

De meesten zullen je vertellen dat er een korte uitbarsting van gegil was terwijl het koppel in paniek wegdook, en de omstaanders begrepen wat er aan de hand was. Een korte uitbarsting, en daarna absolute stilte terwijl de wandelaars in de Meir dekking zochten. Veel plaats om te schuilen is er niet; enkele stenen banken en hier en daar een container waar er gewerkt werd aan een kleerwinkel, ja, dat wel, maar verder niet veel. De meesten doken de dichtstbijzijnde winkel binnen, verscholen zich tussen de fleurige zomertopjes in de rekken en hoopten dat ze niet gevonden zouden worden.

Voor dat ene koppel is het te laat: zij hebben het ongeluk in het midden van de straat het pad kruisen van de man met zijn pet of Stetson. Ze kunnen geen kant op: de dichtstbijzijnde bank staat een paar meter verder. Trillend zakken ze op hun knieën, de man heft zijn arm beschermend voor het gezicht van de vrouw. Hij in een fluoblauw shirt, gel in het haar, met witte sportschoenen van Nike. Zij achter hem, met een zwarte leren jekker, een spannende zwarte broek en een pilotenzonnebril. Een trillende kin terwijl hij het pistool op de man richt.

Het is nog steeds doodstil in de Meir.

Hij richt eerst op het voorhoofd van de man, en daarna op de vrouw achter hem. Zij zit intussen voorover gebogen in bijna-foetushouding, armen over het hoofd. Wanneer de man aanstalten maakt om zich verder voor de vrouw te positioneren, in de loop van het pistool, richt de man met de bruine pet of de Stetson terug op hem.

Er speelt nog steeds een lentebries over zijn verweerde voorhoofd, en door zijn halflange haar.

Een enkele gil uit een van de kledingwinkels.

En dan loopt hij verder. Even ontspannen als daarnet, en even doelbewust. Terwijl het koppeltje achter hem weg krabbelt achter een zitbank, loopt hij verder de Meir in. Hier en daar kiest lukraak een kledingwinkel uit om er binnen te lopen en nonchalant even tussen de rekken en in de pashokjes te kijken. Hij richt op de vluchtende mensen; in doodsangst struikelen ze over de van de hangers gevallen kleren, over andere weggedoken lichamen of over hun eigen voeten.

De Meir is intussen helemaal verlaten. Een enkele sirene loeit in de verte. Hier en daar stuit hij op een enkele wandelaar of een straatmuzikant, waar hij meteen zijn pistool op richt. Steeds opnieuw dezelfde reactie. Steeds opnieuw dat op de knieën zakken. Steeds opnieuw die radeloosheid in de ogen van zijn slachtoffer. Steeds opnieuw die geladen stilte.

Het is echt prachtig weer voor deze tijd van het jaar.

Via de Boerentoren en de kathedraal gaat het naar de Grote Markt. Een kwartier later is het intussen, en afhankelijk van wie je het verhaal vertelt, stuit hij bij zijn aankomst aan het gemeentehuis op een overweldigende politiemacht – of helemaal geen enkele tegenstand.

Waar iedereen het wel over eens is (die feiten zijn makkelijk te controleren) is dat het dinsdagnamiddag was en dat de gemeenteraad die dag bij elkaar was, nadat de vergadering van de vorige avond uitgelopen was. Verder wordt alles hier echt helemaal onduidelijk. Er zijn evenveel versies als er die namiddag gemeenteraadsleden in de zaal waren.

De schepen van Binnengemeentelijke Decentralisatie vertelde meteen na de feiten aan de toegestroomde pers dat er al buiten de zaal geschoten werd. Dat de deur bruut opengeschopt werd, en iedereen gedwongen werd om op de grond te gaan liggen. Dat ze daar dat hele uur in doodsangst hebben doorgebracht, met de buik op de grond en de handen boven het achterhoofd gevouwen, terwijl de man met de lichtgroene pet of bruine Setson hen onder schot hield en schreeuwde dat ze er allemaal aan gingen. (Er werden achteraf geen kogelgaten of hulzen teruggevonden.)

De schepen voor Onderwijs bevestigt dat verhaal deels. Volgens hem stond de man met het pistool evenwel toe dat iedereen op zijn stoel bleef zitten, en werd er maar één iemand onder schot genomen – hijzelf. Hij neemt sindsdien elke ochtend bij het ontbijt een cocktail van angstremmers.

De schepen voor Samenlevingsopbouw vertelt dat hij er bijna in geslaagd was de man met de lichtgroene pet of de bruine Stetson te overmeesteren, maar dat hij met nog anderhalve meter te gaan struikelde over de arm van een neerliggend oppositielid. Hij vermoedt dat hij gespaard werd uit respect voor zijn krachtdadigheid. (Verschillende leden van de oppositie betwisten deze versie van de feiten.)

Volgens de schepen voor Financiën werd er niet geroepen, en waren er ook geen schoten te horen buiten de raadzaal. De man zou bij zijn binnenkomst in de raadzaal een kordate rust uitgestraald hebben, naar de stoel van de burgemeester zijn gelopen terwijl de raadsleden een voor een wegdoken voor het pistool en daar gaan zitten zijn. Hij zou er zijn wapen neergelegd hebben, terwijl hij zijn ogen op de zaal gericht hield. Kalm zou hij daarop het woord genomen hebben, en met vaste stem verteld hebben dat hij buiten een slachtpartij had aangericht. Eerst in Brussel, en daarna in de Meir. Dat hij tientallen slachtoffers had gemaakt, burgers en politie. Dat hij duidelijke motieven had, maar geen spijt. Dat hij hier, in het stadhuis van Antwerpen, wou sterven. En dat hij hen allemaal zou meenemen in de dood.

De burgemeester houdt vol dat hij net naar het toilet was gegaan en de man met de groene pet of de bruine Stetson nooit gezien heeft, en nooit in gevaar is geweest. Hij kondigde de dagen nadien wel zware veiligheidsmaatregelen aan.

Hangt er een beetje vanaf van wie je het hoort.”

Advertenties
No comments yet

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: