Skip to content

Muyters: “Bejaarden met attitudeprobleem moeten joggen”

23/10/2014

“Jarenlang vonden gepensioneerden het maar normaal dat ze gratis met bus en tram konden rijden. Dat moet eruit”, aldus Muyters.

tumblr_lh00ggaiPw1qbi4myo1_500_large

Even het schoothondje uitlaten zal niet volstaan voor deze problematische bejaarde.

Vlaams Minister van Werk en Economie Philippe Muyters (N-VA) wil bejaarden met een attitudeprobleem doen joggen.”Als ze ergens heen willen, moeten ze maar lopen. Iedereen moet bijdragen.”

Dat joggen moet evenwel binnen een gestructureerde sportclub gebeuren. “Even het schoothondje uitlaten in het park of met de kleinkinderen gaan wandelen, zal niet volstaan. Het is net dat luie gedrag dat ons in deze situatie heeft gebracht.”

Opmerkelijk genoeg stemt de nieuwe maatregel, hoewel controversieel, critici van Muyters’ beleid enigszins hoopvol. “Het vertoont tenminste al wat meer interne samenhang dan zijn vorige besluit om werkloze jongeren te verplichten om te gaan sporten”.

Weg met de gratis Go Pass

18/10/2014

De gratis Go Pass voor zestienjarigen wordt afgeschaft. Stond ergens in een klein hoekje in de krant, donderdagochtend. Een gratis Go Pass voor zestienjarigen, in mijn tijd bestond het nog niet, maar ik zou het fantastisch gevonden hebben.

Dgopasse gewone, die bestond wel al. Vier euro (later vijf) voor een treinrit in plaats van negen of tien: dat was heel wat, zo rond mijn zeventien-achttien-negentien-twintig. Die leeftijd waarop je weekbudgetten nog tot op de euro uitrekent, en dubbel zoveel moeten betalen ook meteen betekent dat iets maar half zo vaak kan. Die leeftijd waarop je ontdekt dat er dingen bestaan als de AB en de Botanique in Brussel, dat er iets oudere vrienden rondlopen in Leuven die een muziekwebsite runnen, en dat de verre uithoeken van België vol zitten met meisjes waar je verliefd op kan worden. En dat je best naar de Ardennen kan sporen met je klasgenoten om je er een weekend lang ongegeneerd lazarus te zuipen.

Mijn Go Pass was toen belangrijker voor mij dan mijn rijbewijs dat nu is – het zou het waarschijnlijk nog altijd zijn, als ik intussen niet 26+ was. Vandaag ben ik trotser op mijn treinabonnement van het werk dan ik op een bedrijfswagen zou zijn. En ik geniet nog altijd evenveel van die late treinritten na een concert in lege, doodstille coupés.

De zestienjarigen van vandaag, die kregen dus sinds 2007 zo’n Go Pass gewoon een jaartje gratis, als perfecte opstap voor een echte. Kregen. Want nu willen we hen liever doen dromen van hun eigen bedrijfswagen – daarop zal onze regering niet besparen. We zien ze liever met zijn allen terug op de achterbank van de gezinsauto, en daarna nog sneller naar hun eigen rijbewijs. De trein, die hoeven ze van ons niet meer te leren kennen. Onze wereldberoemde files zijn intussen toch al zo lang dat er best wel nog een paar kilometers bij kunnen.

En dat allemaal voor 1% van de totale besparingen voor de NMBS. Nog 99% te gaan.

Gratis nieuwssites spil in handel van hallucinogene nieuwsberichten

10/10/2014

De nieuwste harddrug is gratis en makkelijk te vinden op het internet. Drugswerkers zitten met de handen in het haar.

HLN.be is een bijzonder agressieve speler op de markt. Het biedt zijn waar in bulk aan.

HLN.be is een bijzonder agressieve speler op de markt. Het biedt zijn waar in bulk aan.

“Onverantwoord.” Dokter Van Severen is de directeur van De Sleutel, een netwerk van instellingen die werken met drugsverslaafden. Hij wikt zijn woorden niet. “Of wacht, kan je het nog harder verwoorden? Schrijf maar ‘wraakroepend’. En ‘degoutant’.”

“Alsof we onze handen nog niet vol hadden met LSD, LSA, mescaline, psilocybine, dimethyltryptamine, ketamine, ibogaine en salvinorine-A. En paddo’s en DMT, niet te vergeten. En angel dust.”

Je kan er dan ook niet naast kijken: grote nieuwssites tasten de grenzen van de wetgeving af – of leggen het verbod op handel in drugs doodleuk naast zich neer. Websites als HLN.be prijzen hun hallucinogene waar doodleuk in vette letters aan. “Ze kennen geen schroom. En dat hun producten gewoon gratis te verbruiken zijn, verlaagt de drempel voor jonge, beïnvloedbare mensen”, betreurt Van Severen. “Wat de online media nu doen, is gewoon cynisch.”

Ook Het Belang van Limburg verkent de mogelijkheden van een nieuw inkomstenmodel.

Ook Het Belang van Limburg verkent de mogelijkheden van een nieuw inkomstenmodel.

Het Belang van Limburg, dat onlangs zijn eerste stappen zette in de online drugshandel, erkent de “morele bevraagbaarheid van de kwestie”.  Maar de krant ziet het “niet zo zwart-wit”. “We zijn, net als alle andere geschreven media, op zoek naar onze positie binnen een veranderend marktmodel. Clicks zorgen nu eenmaal voor advertentie-inkomsten, en onze gebruikersonderzoeken wezen uit dat, naast seks, gratis drugs daar een belangrijke incentive kan vormen. En u begrijpt dat als de concurrentie de stap zet, wij natuurlijk niet kunnen achterblijven.”

Van Severen roept de media op om zich op hun kerntaken de concentreren, in plaats van criminele praktijken in de schimmige marge van de legaliteit. “Opvallende nieuwsberichten, om maar iets te zeggen. Doordachte, als het kan. En als er echt clicks moeten gegenereerd worden: stupide. Maar alstublieft: geen hallucinante.”

Hallucinant!

Het eerste hallucinogene nieuwsbericht dat Brent vandaag consumeerde: “gewoon op Facebook gevonden”.

Niet iedereen ziet het zo donker. Brent (*), een student Filosofie van 21, juicht het grote aanbod op het internet net toe. “Ik werk sinds augustus op mijn zolderkamer aan mijn debuutalbum en heb vandaag al zeven artikels geconsumeerd terwijl ik mijn Facebook bekeek en luisterde naar seventies progrock. Welk nummer ik momenteel aan het schrijven ben? ‘Gary In The Vehicle With Asthma’.”

(*) Brent wilde enkel getuigen onder een fictieve gefingeerde naam.

Klompenmuseum likt wonden na uitspraken W.F. Schiltz

18/09/2014

“Had hij echt geen twee keer kunnen nadenken voor hij zoiets zei?” Gerard, de suppoost en bezieler van Klompenmuseum Den Eik, meet de schade op. Met de tranen in de ogen.

Misschien nog te redden: de klomp waar het allemaal mee begon voor Gerard.

Misschien nog te redden: de klomp waar het allemaal mee begon voor Gerard, op de vensterbank van Klompenmuseum Den Eik.

Klompen met enkele haarscheurtjes tot topstukken die in scherven uiteen liggen: de motivatie van Open VLD-parlementslid Willem-Frederik Schiltz in De Standaard, die vindt dat het mogelijk moet zijn om nieuwe kerncentrales te bouwen in België, zindert nog steeds na in Laakdal, bij Westerlo. Voor klompenliefhebbers rijmt 9/18 voortaan op 9/11.

Wat voor Schiltz kostbare spreektijd in een nationaal medium was, betekende voor Gerard het einde van een levenswerk. “Een grote barst in de vroegnegentiende-eeuwse klomp van mijn overgrootmoeder, waar alles mee begon. Oké, dat is misschien nog te herstellen. Maar daar, ons pronkstuk: een holleblok uit de grootste klompenfabriek ter wereld in Gelderland. Rijp voor het stort.”

Overal grote stukken hout en hopen splinters. In sommige brokstukken zie je de klomp nog, andere zijn onherkenbaar verwoest. In enkele vitrines ligt slechts nog wat zaagsel. De ravage die Gerard deze ochtend aantrof, valt amper met woorden te beschrijven. Zijn klompenmuseum, ooit het walhalla van elke liefhebber van houten schoeisel, is herschapen tot een woestenij.

Reddeloos verloren: de resten van het topstuk van het museum, een holleblok uit Gelderland.

Reddeloos verloren: de resten van het topstuk van het museum, een holleblok uit Gelderland.

Op onze vraag leest Gerard nog een keer de bewuste passage voor, maar niet voor hij de deur van het museum achter zich dicht getrokken heeft, en met stille stem. “We vinden dat elke technologie de ruimte moet krijgen om zich te ontwikkelen”, zegt Schiltz. “Het Belgische verbod is een obstakel voor het onderzoek naar en de ontwikkeling van nieuwe kernenergietechnologie. En dus ook naar een nieuwe technologie om kernafval aan te pakken.”

“We moeten kernafval blijven produceren omdat we anders geen manieren kunnen bedenken om dat kernafval onschadelijk te maken?” De verontwaardiging trilt in de stem van Gerard, terwijl hij op z’n klompen rond het museum heen dokkert. “Ongelofelijk dat een politicus dat zo maar zegt zonder twee keer na te denken over de schade die hij daarmee berokkent.” En, terwijl hij met de Gelderlandse holleblok het gewezen pronkstuk van zijn verzameling in de vuilniscontainer werpt: “Als hij straks maar ebolavaccinaties niet gaat afschaffen om de vooruitgang in de geneeskunde te vrijwaren”.

We schrikken op. In het museum weerklinken knallen van uiteenspringend hout.

Stel je eens voor dat we nooit huizen hadden uitgevonden

10/09/2014

Stel je eens voor dat we nooit huizen hadden uitgevonden.

We zouden (bijzonder onnodig) nog een paar honderd jaar langer door regen en wind gegeseld geweest zijn, tot we al even plotsklaps het lumineuze idee zouden gekregen hebben om bijennesten na te bouwen op mensenmaat, zodat we daarin zouden kunnen schuilen.

patent-netpatentWe zouden al snel onmetelijke kolonies uitbouwen, integraal opgetrokken uit beton, en verschillende landen zouden voortdurend met elkaar wedijveren om de grootste tot dan toe in aanbouw te hebben. We zouden met z’n honderdduizenden door de eindeloze, zeshoekige gangen lopen (waar je soms een sjaal zou kunnen gebruiken, want het zou er nogal tochten). Er zouden hoofdgangen zijn die makkelijk honderden kilometers lang door de mensenkorf zouden slingeren, en die zich dan op hun beurt zouden vertakken in kortere zijgangen. Je denkt nu misschien dat het in die eindeloze, betonnen gangen van dat onmetelijke, betonnen mensenraat altijd donker zou zijn. En dan zou je je vergissen.

Want we zouden niet achterlijk zijn. Nee, we hadden gewoon toevallig nooit huizen uitgevonden. Ooit had iemand wel het idee gehad, maar hij was op een bijzonder stomme manier om het leven gekomen nog voor hij iemand erover had kunnen vertellen, toen hij aan het werken was aan de funderingen van de eerste bouwwerf die de mensheid ooit had gezien. Van een ladder gevallen of zo, of van een primitieve kraan. Bouwvoorschriften zouden om evidente redenen nog niet bestaan hebben.

We zouden niet achterlijk zijn; op huizen na zouden we exact dezelfde technologische ontwikkeling gekend hebben. En dus zouden we evengoed kunstlicht uitgevonden hebben, en zouden we dat kunstlicht overal in de mensenkorf geïnstalleerd hebben. Het zou ook geen kil licht zijn – nee, we zouden de kleurtoon ervan kunnen aanpassen naargelang onze stemming. Warm licht als we het in de winter gezellig wilden maken in een van onze persoonlijke raten, of hard en functioneel licht in de dokterspraktijken, of felle kleuren als we zouden willen feesten in een van de tientallen miljoenen zeshoekige kamertjes die onze korf zou tellen.

slate-grey-floating-honeycomb-shelves-set-of--ashtrygutierrezWe zouden slapen in zeshoekige bedden, eten op zeshoekige tafels en onze inboedel stapelen op zeshoekige kasten. Sommigen zouden zeggen dat die er allemaal hetzelfde uitzagen, maar dat klopt niet want die bedden, tafels en kasten zouden tegen betaalbare prijzen aangeboden worden in verschillende afwerkingen van plastic, al dan niet vals hout tot zelfs metaal.

Het leven met miljoenen mensen in die ene, gigantische betonnen korf zou behoorlijk apart zijn. Hoewel de korf voortdurend uitgebreid zou worden, zou dat amper volstaan voor onze snel aangroeiende bevolking. Daardoor zouden we elkaar voortdurend tegen het lijf lopen in die lange, zeshoekige gangen waar het al eens kon tochten: vrienden, kennissen en vreemden. Er zouden meer conflicten zijn, maar ook meer menselijke warmte. Er zou meer gemoord worden, maar er zouden ook meer kinderen geboren worden in de miljoenen zeshoekige bedden in de miljoenen zeshoekige raten.

We zouden niet achterlijk zijn, we zouden gewoon toevallig nooit huizen uitgevonden hebben.

Na verloop van tijd zouden we zo overtuigd geraakt zijn van de functionele voordelen van zeshoekige structuren, dat we na het succes van onze mensenkorven ook niet-stoffelijke dingen ernaar zouden inrichten. Ons leven bijvoorbeeld, en ons werkritme. We zouden de dag indelen in zes sextalen, en het jaar in zes jaarsextalen.

8247532450_775d51cd97Niet iedereen zou zich even goed kunnen aanpassen aan de nieuwe zesdelige opdeling: af en toe zou een zonderling uit zijn woonraat breken, of op het werk uit zijn zeshoekige bureel, en schreeuwend een van de duizenden betonnen gangen inrennen. Er zou nooit nog iets van hem vernomen worden, behalve misschien af en toe de verdwaalde galm van zijn stem die iemand meende opgevangen te hebben (zeg, klinkt dat niet als…?).

Maar zij zouden de uitzonderingen zijn. Evengoed zouden veel mensen genieten van de geborgenheid die de zesdelige dag en dito jaarindeling bood. Ze zouden weten wat geweest was en wat er zou komen, dag na dag en jaar na jaar, en zich volledig kunnen toeleggen op wat ze echt belangrijk vonden, nu de dagdagelijkse beslommeringen in een functionele zeshoekige vorm gegoten waren. Net zoals de mensenkorf met zijn zeshoekige raten een zekere basisveiligheid had gegarandeerd en zo de bevolking de kans had gegeven om spectaculair aan te groeien, zo zou het zesdelige leven nu ook de intellectuele ontwikkeling stimuleren. De zeshoekmeetkunde zou hoogdagen kennen, de technologische vooruitgang zou niet meer te stuiten zijn.

De meeste mensen zouden zich echter ergens halverwege tussen beide extremen bevinden: in het nieuwe systeem zouden ze noch excelleren, noch eronderdoor gaan. Ze zouden zich schikken naar het zesdelige leefstelsel in hun betonnen zesdelige wereld, en het er daarbij betrekkelijk goed vanaf brengen. Ze zouden de ongemakken die ontstonden door de wrijving tussen hun strikt geometrische beleving van de werkelijkheid en de niet-stoffelijke realiteit (die in tegenstelling tot de raten en de tafels en de bedden niet zeshoekig is, maar eerder onvoorspelbaar en organisch) zo goed mogelijk proberen negeren. Dat zou steevast een tijdlang lukken, tot een kritisch kantelpunt bereikt zou worden en elk individu een onbestemde drang zou voelen naar andere geometrische vormen: de vijfhoek, de vierhoek, de driehoek. De cirkel, bij enkele uitzonderingen.

Wetenschappers (opnieuw, we zouden niet achterlijk zijn) zouden er na uitgebreid en intensief onderzoek met test- en controlegroepen achter gekomen zijn dat dit fenomeen zich exact eenmaal om de zes jaarsextalen voordeed, wat hen de kans gaf om een al even exacte therapie te ontwikkelen. Het zou een even efficiënte als eenvoudige therapie zijn die bij zo goed als alle gevallen de symptomen zes sextanten lang zou onderdrukken.

Men zou de patiënt in kwestie bij aanvang van het zesde jaarsextaal overbrengen naar de ingang van de mensenkorf – wat vaak een tocht zou betekenen van meerdere dagen door de zeshoekige gangen. Daar aangekomen zou het individu een plaats krijgen in een rij die zo opgesteld was dat ze een onbelemmerd zicht op de buitenwereld bood. Een buitenwereld die de wet van de zeshoek triomfantelijk leek te negeren. We zouden die wereld kennen van de beelden op onze zeshoekige tv, of van de blauwige kleuren waarin sommigen de muren van hun zeshoekige raat zouden geverfd hebben (ze zouden bij het stabiliseren van hun schildersladder de van weerskanten naar beneden aflopende vloer grondig vervloekt hebben). Op moleculair niveau ja, daar zou je af en toe al eens een zeshoek treffen, maar voor het blote oog zou het lijken alsof de wolken hoogmoedig uit de omknelling van de raten waren gebarsten. En we zouden er allemaal, enkele weken per jaar lang, van dromen om hetzelfde te doen, aan de ingang van de mensenraat. Uitbarsten.

Iemand zou ons al die tijd bij de schouders vasthouden, en tellen. Tot het genoeg was geweest en we weer voor vijf jaarsextalen de tochtige gangen van de mensenkorf ingevoerd werden, waar we elkaar voortdurend tegen het lijf zouden lopen en we min of meer zouden functioneren.

Stel je eens voor.

De man die (net niet) met kommetjes gooide

27/07/2014

Ik had me het restaurant van het nieuwe stadion van AA Gent anders voorgesteld. Strakker in het glas, en met de helblauw-witte esthetiek van sportschoenen die de rest van de Ghelamco Arena zo sterk kleurt.

Maar dit lijkt eerder op een Lunch Garden uit de vroege jaren negentig. Alles baadt in hetzelfde vuile, net niet crèmekleurige wit: het licht, de muren, het plastic waarmee de kassatoog is afgewerkt, de dienblaadjes. En nergens ramen. Ik schuif aan, met mijn menu op de metalen rails aan de kassa.

De man voor me staat, strak in een mooi lichtgrijs pak, te koken van woede. Hij staart met de ogen wijd opengesperd naar een deur ergens achter de kassa’s. Op zijn dienblad trillen de witte gaarkeukenkommetjes mee. Tientallen zijn het er, een rij of vier hoog gestapeld. De man kan zich amper beheersen. Het is me niet duidelijk of hij gegooid heeft met de kommetjes – het kan, maar ik weet het niet meer zeker.

Wij zijn hier alleen. Wij met ons tweeën, aan de kassa van het grote ninetiesrestaurant van AA Gent. Ik en een razende man.

Dat ik hem tot bedaren moet brengen, is de logica zelve. Ik stap op hem af en pak hem bij de arm. De kommetjes op zijn dienblad trillen nog steeds. Dit zou verkeerd kunnen aflopen, maar ik voel me verbazend zelfzeker.

Nu staan we aan de deur achter de kassa’s, die (dat neem ik toch aan) leidt naar de keuken. De deur is afgewerkt met hetzelfde vuilwitte plastic dat je hier overal ziet en een klein, rechthoekig raampje in het midden. Gezien de staat van totale woede waarin hij daarnet nog verkeerde, verbaast het me hoeveel rust de man naast me nu uitstraalt. Hij boezemt zelfs vertrouwen in, met dat grijze pak en die minzame glimlach. Die tientallen kommetjes op zijn dienblad rinkelen niet meer.

Nu kunnen we met elkaar praten, daar aan de vuilwitte muur aan de deur naar de keuken van het AA Gent-restaurant. De veertiger in het strakke pak met zijn dienblad vol kommetjes, en ik.

“Ik heb deze les geleerd op Tomorrowland”, vertelt hij me, en ik weet dat hij het heeft over zijn perfect getimede woede-uitbarsting van daarnet. “It helps me to cope with the complexities of everyday life.” Ik begrijp niet goed waarom hij die laatste zin per se in het Engels wil zeggen. Misschien om wat gewicht te geven aan een nogal banale levensles.

Samen met een vrouw die erbij is komen staan (een personeelslid van het restaurant dat eindelijk een kijkje is komen nemen?) blijven we op hem wachten, nog lang nadat hij door de deur naar binnen is gestapt. Het is geen keuken maar een magazijn, zo blijkt wanneer we ons geduld verliezen en zelf een kijkje gaan nemen. Een klein magazijntje waar amper licht binnenvalt, en waarvan de muren zijn afgewerkt met ruwe, houten planken. Er is niemand.

 

De beste dromen zijn de dromen die je in de late voormiddag krijgt, op die momenten van totale leegte waarop je best al zou kunnen opstaan, maar besluit om nog een uurtje door te slapen. Dan krijg je dromen met sterke beelden die je je nadien makkelijk herinnert. Dit is er zo eentje, vermoedelijk gevoed door gesprekken over de seizoensstart van AA Gent gisterenavond, en algemene indrukken van het restaurant van het bedrijf waar ik werk.
Ik begrijp overigens niet waarom deze man zijn les per se op Tomorrowland moest leren; het had evengoed Rock Werchter kunnen zijn, of Graspop, of een wedstrijd van AA Gent (al raad ik dat laatste misschien toch niet aan aan mensen met anger management issues).

Koelkastgedicht

27/07/2014

ifonlyheavenhadanairport“Baby If Only Heaven Had An Airport” uit de niet-bestaande bundel Koelkastgedichten terwijl de koffie doorloopt (2014)

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers op de volgende wijze: