Skip to content

Stel je eens voor dat we nooit huizen hadden uitgevonden

10/09/2014

Stel je eens voor dat we nooit huizen hadden uitgevonden.

We zouden (bijzonder onnodig) nog een paar honderd jaar langer door regen en wind gegeseld geweest zijn, tot we al even plotsklaps het lumineuze idee zouden gekregen hebben om bijennesten na te bouwen op mensenmaat, zodat we daarin zouden kunnen schuilen.

patent-netpatentWe zouden al snel onmetelijke kolonies uitbouwen, integraal opgetrokken uit beton, en verschillende landen zouden voortdurend met elkaar wedijveren om de grootste tot dan toe in aanbouw te hebben. We zouden met z’n honderdduizenden door de eindeloze, zeshoekige gangen lopen (waar je soms een sjaal zou kunnen gebruiken, want het zou er nogal tochten). Er zouden hoofdgangen zijn die makkelijk honderden kilometers lang door de mensenkorf zouden slingeren, en die zich dan op hun beurt zouden vertakken in kortere zijgangen. Je denkt nu misschien dat het in die eindeloze, betonnen gangen van dat onmetelijke, betonnen mensenraat altijd donker zou zijn. En dan zou je je vergissen.

Want we zouden niet achterlijk zijn. Nee, we hadden gewoon toevallig nooit huizen uitgevonden. Ooit had iemand wel het idee gehad, maar hij was op een bijzonder stomme manier om het leven gekomen nog voor hij iemand erover had kunnen vertellen, toen hij aan het werken was aan de funderingen van de eerste bouwwerf die de mensheid ooit had gezien. Van een ladder gevallen of zo, of van een primitieve kraan. Bouwvoorschriften zouden om evidente redenen nog niet bestaan hebben.

We zouden niet achterlijk zijn; op huizen na zouden we exact dezelfde technologische ontwikkeling gekend hebben. En dus zouden we evengoed kunstlicht uitgevonden hebben, en zouden we dat kunstlicht overal in de mensenkorf geïnstalleerd hebben. Het zou ook geen kil licht zijn – nee, we zouden de kleurtoon ervan kunnen aanpassen naargelang onze stemming. Warm licht als we het in de winter gezellig wilden maken in een van onze persoonlijke raten, of hard en functioneel licht in de dokterspraktijken, of felle kleuren als we zouden willen feesten in een van de tientallen miljoenen zeshoekige kamertjes die onze korf zou tellen.

slate-grey-floating-honeycomb-shelves-set-of--ashtrygutierrezWe zouden slapen in zeshoekige bedden, eten op zeshoekige tafels en onze inboedel stapelen op zeshoekige kasten. Sommigen zouden zeggen dat die er allemaal hetzelfde uitzagen, maar dat klopt niet want die bedden, tafels en kasten zouden tegen betaalbare prijzen aangeboden worden in verschillende afwerkingen van plastic, al dan niet vals hout tot zelfs metaal.

Het leven met miljoenen mensen in die ene, gigantische betonnen korf zou behoorlijk apart zijn. Hoewel de korf voortdurend uitgebreid zou worden, zou dat amper volstaan voor onze snel aangroeiende bevolking. Daardoor zouden we elkaar voortdurend tegen het lijf lopen in die lange, zeshoekige gangen waar het al eens kon tochten: vrienden, kennissen en vreemden. Er zouden meer conflicten zijn, maar ook meer menselijke warmte. Er zou meer gemoord worden, maar er zouden ook meer kinderen geboren worden in de miljoenen zeshoekige bedden in de miljoenen zeshoekige raten.

We zouden niet achterlijk zijn, we zouden gewoon toevallig nooit huizen uitgevonden hebben.

Na verloop van tijd zouden we zo overtuigd geraakt zijn van de functionele voordelen van zeshoekige structuren, dat we na het succes van onze mensenkorven ook niet-stoffelijke dingen ernaar zouden inrichten. Ons leven bijvoorbeeld, en ons werkritme. We zouden de dag indelen in zes sextalen, en het jaar in zes jaarsextalen.

8247532450_775d51cd97Niet iedereen zou zich even goed kunnen aanpassen aan de nieuwe zesdelige opdeling: af en toe zou een zonderling uit zijn woonraat breken, of op het werk uit zijn zeshoekige bureel, en schreeuwend een van de duizenden betonnen gangen inrennen. Er zou nooit nog iets van hem vernomen worden, behalve misschien af en toe de verdwaalde galm van zijn stem die iemand meende opgevangen te hebben (zeg, klinkt dat niet als…?).

Maar zij zouden de uitzonderingen zijn. Evengoed zouden veel mensen genieten van de geborgenheid die de zesdelige dag en dito jaarindeling bood. Ze zouden weten wat geweest was en wat er zou komen, dag na dag en jaar na jaar, en zich volledig kunnen toeleggen op wat ze echt belangrijk vonden, nu de dagdagelijkse beslommeringen in een functionele zeshoekige vorm gegoten waren. Net zoals de mensenkorf met zijn zeshoekige raten een zekere basisveiligheid had gegarandeerd en zo de bevolking de kans had gegeven om spectaculair aan te groeien, zo zou het zesdelige leven nu ook de intellectuele ontwikkeling stimuleren. De zeshoekmeetkunde zou hoogdagen kennen, de technologische vooruitgang zou niet meer te stuiten zijn.

De meeste mensen zouden zich echter ergens halverwege tussen beide extremen bevinden: in het nieuwe systeem zouden ze noch excelleren, noch eronderdoor gaan. Ze zouden zich schikken naar het zesdelige leefstelsel in hun betonnen zesdelige wereld, en het er daarbij betrekkelijk goed vanaf brengen. Ze zouden de ongemakken die ontstonden door de wrijving tussen hun strikt geometrische beleving van de werkelijkheid en de niet-stoffelijke realiteit (die in tegenstelling tot de raten en de tafels en de bedden niet zeshoekig is, maar eerder onvoorspelbaar en organisch) zo goed mogelijk proberen negeren. Dat zou steevast een tijdlang lukken, tot een kritisch kantelpunt bereikt zou worden en elk individu een onbestemde drang zou voelen naar andere geometrische vormen: de vijfhoek, de vierhoek, de driehoek. De cirkel, bij enkele uitzonderingen.

Wetenschappers (opnieuw, we zouden niet achterlijk zijn) zouden er na uitgebreid en intensief onderzoek met test- en controlegroepen achter gekomen zijn dat dit fenomeen zich exact eenmaal om de zes jaarsextalen voordeed, wat hen de kans gaf om een al even exacte therapie te ontwikkelen. Het zou een even efficiënte als eenvoudige therapie zijn die bij zo goed als alle gevallen de symptomen zes sextanten lang zou onderdrukken.

Men zou de patiënt in kwestie bij aanvang van het zesde jaarsextaal overbrengen naar de ingang van de mensenkorf – wat vaak een tocht zou betekenen van meerdere dagen door de zeshoekige gangen. Daar aangekomen zou het individu een plaats krijgen in een rij die zo opgesteld was dat ze een onbelemmerd zicht op de buitenwereld bood. Een buitenwereld die de wet van de zeshoek triomfantelijk leek te negeren. We zouden die wereld kennen van de beelden op onze zeshoekige tv, of van de blauwige kleuren waarin sommigen de muren van hun zeshoekige raat zouden geverfd hebben (ze zouden bij het stabiliseren van hun schildersladder de van weerskanten naar beneden aflopende vloer grondig vervloekt hebben). Op moleculair niveau ja, daar zou je af en toe al eens een zeshoek treffen, maar voor het blote oog zou het lijken alsof de wolken hoogmoedig uit de omknelling van de raten waren gebarsten. En we zouden er allemaal, enkele weken per jaar lang, van dromen om hetzelfde te doen, aan de ingang van de mensenraat. Uitbarsten.

Iemand zou ons al die tijd bij de schouders vasthouden, en tellen. Tot het genoeg was geweest en we weer voor vijf jaarsextalen de tochtige gangen van de mensenkorf ingevoerd werden, waar we elkaar voortdurend tegen het lijf zouden lopen en we min of meer zouden functioneren.

Stel je eens voor.

De man die (net niet) met kommetjes gooide

27/07/2014

Ik had me het restaurant van het nieuwe stadion van AA Gent anders voorgesteld. Strakker in het glas, en met de helblauw-witte esthetiek van sportschoenen die de rest van de Ghelamco Arena zo sterk kleurt.

Maar dit lijkt eerder op een Lunch Garden uit de vroege jaren negentig. Alles baadt in hetzelfde vuile, net niet crèmekleurige wit: het licht, de muren, het plastic waarmee de kassatoog is afgewerkt, de dienblaadjes. En nergens ramen. Ik schuif aan, met mijn menu op de metalen rails aan de kassa.

De man voor me staat, strak in een mooi lichtgrijs pak, te koken van woede. Hij staart met de ogen wijd opengesperd naar een deur ergens achter de kassa’s. Op zijn dienblad trillen de witte gaarkeukenkommetjes mee. Tientallen zijn het er, een rij of vier hoog gestapeld. De man kan zich amper beheersen. Het is me niet duidelijk of hij gegooid heeft met de kommetjes – het kan, maar ik weet het niet meer zeker.

Wij zijn hier alleen. Wij met ons tweeën, aan de kassa van het grote ninetiesrestaurant van AA Gent. Ik en een razende man.

Dat ik hem tot bedaren moet brengen, is de logica zelve. Ik stap op hem af en pak hem bij de arm. De kommetjes op zijn dienblad trillen nog steeds. Dit zou verkeerd kunnen aflopen, maar ik voel me verbazend zelfzeker.

Nu staan we aan de deur achter de kassa’s, die (dat neem ik toch aan) leidt naar de keuken. De deur is afgewerkt met hetzelfde vuilwitte plastic dat je hier overal ziet en een klein, rechthoekig raampje in het midden. Gezien de staat van totale woede waarin hij daarnet nog verkeerde, verbaast het me hoeveel rust de man naast me nu uitstraalt. Hij boezemt zelfs vertrouwen in, met dat grijze pak en die minzame glimlach. Die tientallen kommetjes op zijn dienblad rinkelen niet meer.

Nu kunnen we met elkaar praten, daar aan de vuilwitte muur aan de deur naar de keuken van het AA Gent-restaurant. De veertiger in het strakke pak met zijn dienblad vol kommetjes, en ik.

“Ik heb deze les geleerd op Tomorrowland”, vertelt hij me, en ik weet dat hij het heeft over zijn perfect getimede woede-uitbarsting van daarnet. “It helps me to cope with the complexities of everyday life.” Ik begrijp niet goed waarom hij die laatste zin per se in het Engels wil zeggen. Misschien om wat gewicht te geven aan een nogal banale levensles.

Samen met een vrouw die erbij is komen staan (een personeelslid van het restaurant dat eindelijk een kijkje is komen nemen?) blijven we op hem wachten, nog lang nadat hij door de deur naar binnen is gestapt. Het is geen keuken maar een magazijn, zo blijkt wanneer we ons geduld verliezen en zelf een kijkje gaan nemen. Een klein magazijntje waar amper licht binnenvalt, en waarvan de muren zijn afgewerkt met ruwe, houten planken. Er is niemand.

 

De beste dromen zijn de dromen die je in de late voormiddag krijgt, op die momenten van totale leegte waarop je best al zou kunnen opstaan, maar besluit om nog een uurtje door te slapen. Dan krijg je dromen met sterke beelden die je je nadien makkelijk herinnert. Dit is er zo eentje, vermoedelijk gevoed door gesprekken over de seizoensstart van AA Gent gisterenavond, en algemene indrukken van het restaurant van het bedrijf waar ik werk.
Ik begrijp overigens niet waarom deze man zijn les per se op Tomorrowland moest leren; het had evengoed Rock Werchter kunnen zijn, of Graspop, of een wedstrijd van AA Gent (al raad ik dat laatste misschien toch niet aan aan mensen met anger management issues).

Koelkastgedicht

27/07/2014

ifonlyheavenhadanairport“Baby If Only Heaven Had An Airport” uit de niet-bestaande bundel Koelkastgedichten terwijl de koffie doorloopt (2014)

Uw stok achter de deur

23/03/2014

Juli 2013: ik stuur onderstaande tekst naar de redactie van Tirade.

Ik ben de ideale buurman. Geen vrouw, geen kinderen, geen luide hobby’s, nooit last mee. Ik vraag u binnen voor het wielrennen en als u wél kinderen heeft, pas ik er met plezier een dagje op terwijl u de stad in trekt.

Al erger ik me zo mateloos aan de zakkenkloppers die dit land besturen. Aan DE PROFITEURS EN AAN DE PARASIETEN VAN DE SOCIALE HANGMAT. MAAR HET GEEFT NIET.

Excuseer me, het geeft niet. IIk mag me er niet in opwinden, weet u. Is niet gezond. Te hoge bloeddruk, permanent verkrampte buikspieren. En melkzuur zweten – u wil vooral niet weten hoezeer dat stinkt.

Dus trek ik me nu van tijd tot tijd terug in mijn schuur, achteraan in de tuin, waar ik me gewijd heb aan de houtbewerking. “Geef me het hardste stuk hout dat u heeft,” heb ik gevraagd in de doe-het-zelfzaak, “en geef me daar maar meteen het grootst mogelijke formaat van.”

En dan ben ik beginnen werken – want dat kan IK wel, wérken. Mijn hele leven HEB IK VIJFENTWINTIG UUR PER DAG MIJN KLOTEN AFGEDRAAID VOOR DE BLOEDZUIGERS VAN HET GROOTKAPITAAL. Excuseer me, opnieuw, ik mag echt niet zo hard roepen. Zeker niet waar de kinderen van de buren bij zijn. Ik bedoel uiteraard, genuanceerd, dat het ondanks mijn bescheiden komaf best goed zit met mijn werkethiek.

Na weken van hard werken, ben ik erin geslaagd om een langwerpige cilinder te hakken uit het massieve stuk hout in mijn schuur. Ik heb die stabiel rechtop gezet, en de top tot een scherpe punt geslepen. Kijk, zo doe ik dat: stevig en betrouwbaar. Vakwerk.

Net zoals het hek rond de tuin, trouwens. Begrijpt u dat ik wil beschermen wat ik nog heb? Het huis, de beide auto’s – ik ben verzot op Duitse luxewagens, die heb ik nodig voor m’n werk – de hond? Ze hebben het nog niet kunnen krijgen, al weten ze maar al te goed wat ze hier kunnen vinden. IK KAN HET ZIEN, WANNEER ZE ’S NACHTS NAAR BOVEN KOMEN EN LANGS DE HEKKEN DWALEN EN MET HUN ZAKLAMPEN NAAR BINNEN SCHIJNEN, TUSSEN DE SPIJLEN EN OVER DE OPRIT, EN WANNEER DE HELE WERELD EVEN DE BLIK AFWENDT. MAAR ZE ZULLEN ME NIET KRIJGEN. ZE ZULLEN ME NIET KRIJGEN. ZE ZULLEN -

Excuses, excuses. Dat geroep alweer, ik krijg er knobbels van op mijn stembanden. Grappig eigenlijk dat u net vandaag langskomt, want mijn werk is zopas voltooid. De afwerking was nog moeilijker dan ik verwacht had, met dat grafiet.

EN VIND U OOK NIET DAT KINDEREN ZO VERDOMD VEEL LAWAAI MAKEN?

Wist u overigens dat er morgen verkiezingen zijn? Ik breng m’n eigen zelfgemaakte potlood mee. MIJN EIGEN ZELFGEMAAKTE POTLOOD.

 

Februari 2014: ik loop voorbij onderstaand bord van Vlaams Belang.

Afbeelding

Gedichtendag

30/01/2014

ODE AAN DE FUNCTIONALITEIT

Heden wegens budgettaire krapte en algehele armoede
geen ruimte voor Gedichtendag

Wij willen benadrukken dat
– Ook een boterham mits enige oefening in te kaderen valt
– Doelgericht rechtdoor stappen kan beschouwd worden als een van de meest minimalistische dansvormen
– En sommige in de detailhandel verkrijgbare kersenpitkussens welhaast menselijke trekken vertonen

Meer nieuws na de volgende begroting
Maar eerst nog de lente uitzweten

N-VA herdefinieert “Innesto” – dompelt CD&V in diepe rouw

16/11/2013

Terwijl november het land grijs kleurt, rouwt ook CD&V. Wat een feestelijk congresweekend moest worden waarin de christendemocraten zichzelf opnieuw zouden presenteren als een zelfbewuste partij, eindigde op zaterdagavond in mineur. De schuldige? Een strategische meesterzet van N-VA.

Afbeelding

“Net nu we wisten waar we voor stonden.”

“Net nu we wisten waar we voor stonden, verandert N-VA opnieuw de spelregels.” Voorzitter Wouter Beke kan zijn woede amper de baas op een inderhaast bijeengeroepen persconferentie in Center Parcs De Vossemeren. “Dit is niet onze visie op Innesto, noch socio-economisch noch communautair.” En dus is de CD&V, dat op herbronningsweekend was, toe aan herbronning.

Wat er dan wel gebeurd was? Terwijl de CD&V-top samen met zijn leden het Innesto-congres hield, een inhoudelijk congres en belevingsweekend, presenteerde de N-VA zaterdagnamiddag zijn eigen visietekst over Innesto. “Dit is Innesto in onze ideale wereld”, aldus voorzitter Bart De Wever, alvorens hij zijn toekomstvisie voorstelde waarin geen plaats is voor een Belgische staat… en ook niet voor CD&V. “Dit is ons ideaalbeeld, de wereld zoals hij er volgens ons zou moeten uitzien”, sloot hij grijnzend af.

AfbeeldingDe zondagactiviteiten, waaronder de army wake up met Pieter De Crem, het familieontbijt ten huize Beke en de sessie creatief met kunst met Joke Schauvliege, worden met onmiddellijke ingang afgelast. De leden wordt verzocht naar huis te gaan.

5 goede argumenten om niet te storten voor de Filipijnen

12/11/2013
tags:

Een nieuwe humanitaire ramp, een nieuwe kans om de hardwerkende, kleine Vlaming in zijn geldbeugel te doen tasten. Maar het zal deze keer niet waar zijn. Niet met ons. Daarom: vijf goede redenen om helemaal niets te doen.

Afbeelding

De tyfoon klopt geld uit onze zakken.

- Het is crisis en dus moeten we zelf elk briefje van vijf euro tien keer omdraaien.

- En aangezien we net de Boekenbeurs achter de rug hebben, zijn ook al onze briefjes van twintig euro op. Al die kookboeken van Jeroen Meus kopen zichzelf niet.

- En stel dat we dan toch willen geven, zouden we niet beter eerst kijken naar de hulpbehoevenden bij ons? Ook bij ons slaat het noodweer toe. Laten we eerst de slachtoffers van de typisch Belgische miezerherfst helpen.

- Hoe weten we dat het geld niet in handen van de tyfoon komt?

- Of nog erger: hoe weten we dat de Filipijnen er zelf geen tyfoons mee kopen, om af te sturen op het westen? Het land is momenteel in chaos, en zo lang er geen garanties gegeven worden, houden we beter de vinger op de knip.

Niet met ons.

Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.

%d bloggers like this: